Doop: Wat is dat?

Wie kan gedoopt worden?
Iemand die persoonlijk gelooft en belijdt dat Jezus Christus, de Zoon van God, door Zijn dood en opstanding zijn /haar zonden heeft vergeven.
Handelingen 2:38
Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden
 
Wat betekent de doop?
Afwassing van zonden (Handelingen 22:16)  
"Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.
 
Met Christus sterven,begraven worden en opstaan tot het nieuwe,eeuwige leven (Romeinen 6:1-14)
Met Christus gestorven, dood voor de zonde
 
Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met hem zullen leven, omdat we weten dat hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over hem. 10 Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. 11 Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. 12 Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. 13 Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. 14 De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.

Opgenomen worden in de gemeenschap van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest (Matteüs 28:19) Leerling worden van Jezus Christus (Matteüs 28:19)
19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
 
Verbonden worden aan de gemeente van Christus(1 Korinthiërs 12 :13)
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. 

 

Veel betekenissen

In het dagelijks leven heeft het woord "doop" veel betekenissen. Een vliegtuig, dat voor het eerst de lucht in gaat, krijgt zijn luchtdoop. Een schip, dat te water gaat wordt met champagne gedoopt. Soldaten ondergaan hun vuurdoop in de opleiding. Dat is allemaal woordgebruik zonder geloofsbetekenis.

In geloofstaal heeft "doop" een diepere betekenis. Het beschrijft naar het gevoel van velen een soort "binnen komst"-gebeuren in de christelijke kerk. Soms is het niet meer dan dat. Voor anderen heeft de doop nog veel meer betekenis. Voor Baptisten is dat zeker zo. Je kunt het in hun naam al horen: Het Griekse woord "baptidzoo" uit het Nieuwe Testament betekent inderdaad dopen, onderdompelen, verzinken. In de Engelse en Franse taal is het nog beter hoorbaar gebleven: "Jean Baptiste" en "John the Baptist" zijn de namen voor Johannes de Doper, de voorloper van Jezus. Baptisten vinden de doop dus belangrijk.

Grondlijn

Wat is nu de grondlijn van denken van Baptisten over de doop? Dat is in een paar zinnen te zeggen.

-Baptisten willen een geloofsgemeenschap vormen van bewust-gelovige mensen, die een eigen, persoonlijke geloofsrelatie hebben met Jezus Christus: een gemeente van gelovigen.

-Die gemeente van gelovigen brengt de doop van gelovigen in praktijk; alleen als je zelf in staat en bereid bent je geloof in Jezus uit te spreken en te belijden, kun je gedoopt worden.

-De gemeente van gelovigen onderhoudt ook een avondmaal van gelovigen; dezelfde belijdenis van persoonlijk geloof, die voor de doop gevraagd wordt, is (op onuitgesproken wijze) "voorwaarde" voor de avondmaalsviering. Dat sommige gemeenten ook nog andere, plaatselijke voorwaarden kennen, doet niets af aan deze fundamentele stelling.

Gemeente van gelovigen

In het Nieuwe Testament (en in de hele bijbel) speelt het woord "geloof" een hoofdrol. Volgens ons verstaan van de bijbel wordt daarmee bedoeld: Een persoonlijk geloofsvertrouwen in God, die mensen redt van dood en verlorenheid en hun een nieuw leven geeft. Baptisten willen graag in hun gemeentevorm en -inhoud dicht bij het Nieuwe Testament staan. Daarin wordt beschreven, dat het volk van Jezus Christus niet zoals Israël langs biologische weg groeit, maar langs de weg van de Geest, door innerlijke "nieuwgeboorte", door een nieuw leven te ontvangen. Dat heeft met bekering te maken en met persoonlijk aanvaarden van Gods liefde. Wie dat doet wordt "van boven" en "opnieuw" geboren. Wie zo opnieuw geboren is, kan dat ook uitspreken en doet dat in de doop. Het gevolg is, dat je van elk gemeentelid mag verwachten, dat er een levend geloofsvertrouwen in God aanwezig en werkzaam is in zo'n leven.

Doop van gelovigen Als een mens persoonlijk gelooft in Jezus, kan er een bijbelse doop plaatsvinden. Dat betekent, dat een door de Geest herboren mens met Jezus door het watergraf heen gaat. Zo spreekt Paulus er in de brief aan de Romeinen over. (1) Hij beschrijft het als een sterven en opstaan met Jezus in en door de doop. De doop is een afbeelding van het sterven en begraven worden, evenals het een afbeelding is van de opstanding uit d e dood. Zoals Jezus gestorven is en het graf is binnengedragen, zo sterft in samenhang met Hem een mens aan zijn oude, zondige leven. Zo komt ook een mens herboren weer uit het graf. Niet op eigen kracht, maar door Gods genade en door Jezus' verzoeningswerk. Gods genade gaat daarbij voorop; de geloofsbelijdenis is een reactie van mensenkant daarop. Het betekent ook, dat het gezag van de drie-enige God op de doop rust: Mensen worden gedoopt op hun geloofsbelijdenis in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De doop is zo allereerst een daad uitgaande van Godzelf en vervolgens een daad van een mens. Om de persoonlijke verbinding met Jezus effectief te laten zijn, is persoonlijk geloof nodig. Het is niet voldoende, dat anderen geloven, ouders, vrienden, kerkgangers of zelfs de dominee. Je moet zelf de band met Christus kennen. Dan is er ook de eenheid in sterven en opstaan met Hem.

Vorm van de doop

Over die vorm is veel te doen. Baptisten dopen door volledige onderdompeling, meestal in een doopbassin in de kerkzaal, soms buiten in open water. Alleen bij medische noodzaak wordt hiervan afgeweken. Die vorm komt voort uit de oorspronkelijke vorm in de bijbel. De Joodse synagoge kende allerlei situaties, waarin mensen zo'n dompelbad moesten ondergaan, bijvoorbeeld als ze zich moesten reinigen voor de eredienst in de tempel. Ook wanneer heidenen Israëliet werden, moesten ze zich (laten) onderdompelen. Een ander voorbeeld van de doopvorm: Naäman de Syriër onderging zo'n soort dompelbad zeven maal, waardoor hij (door een wonder van God) genezen werd.(2) Johannes de Doper(3) en Jezus(4) hebben in de Jordaan die vorm gehanteerd en de latere gemeente in het Nieuwe Testament eveneens. De eenheid van vorm en inhoud van de doop is voor Baptisten zo wezenlijk, dat ze zich zorgvuldig houden aan die vorm.

Doop en lid zijn van de gemeente.

In het Nieuwe Testament blijkt uit de beschrijving van de eerste gemeenten dat mensen die gedoopt werden, behoorden tot de kring van gelovigen, de gemeenschap van Jezus-volgelingen. Ook al was er nog niet direct zo'n organisatievorm als wij die nu kennen, de doop maakte gelovigen tot deel van de gemeente. Paulus schrijft, dat we worden "gedoopt tot één lichaam"(5). Daarmee bedoelde hij allereerst de plaatselijke kerk van Korinte en daarnaast ook de grote, wereldwijde gemeente van Jezus Christus. Daarom kennen Baptisten gemeenten geen "losse" doop. Wie gedoopt wordt, wordt daarmee gemeentelid.

Doop bij andere kerken en groepen

Een gevolg van deze manier van geloven is, dat de kinderdoop door Baptisten niet als doop erkend wordt. Wat er waardevol aan is, zal elke Baptist onderschrijven: Dat de doopouders hun geloofsvertrouwen in God ermee uitdrukken. Ook de vraag naar wijsheid van boven en om zegen van God over het jonge leven is volledig terecht. Deze kerkelijke handeling is dan ook voor velen tot zegen geweest. Dat alles gebeurt ook in Baptisten gemeenten, wanneer pasgeboren kinderen worden "opgedragen". Maar de doop is wat anders. Wie als kind gedoopt is, moet op belijdenis van geloof ondergedompeld worden. Voor velen is dat een emotionele drempel, waar ze pas na lang nadenken overheen stappen. Anderen binnen de kinderdopende kerken zijn allang tot dezelfde conclusie over de doop gekomen. Er zijn meer groepen, die de doop op belijdenis hanteren: de Pinkstergemeenten, de Evangelische Gemeenten, de Vergadering van Gelovigen. Soms worden mensen "los" ergens gedoopt, bijvoorbeeld in de Jordaan, maar wel na geloofsbelijdenis. Wanneer dat gebeurd is, wordt die doop door Baptisten gemeenten erkend. Er vindt dan niet een herdoop plaats, maar wie dan lid van de gemeente wil worden, kan dat via een eenvoudige procedure van opname.

Overigens

Overigens gaat het niemand van ons erom gelijk te hebben. We zoeken geen vruchteloze en steriele debatten met andersdenkenden.Ieder mag gelukkig in eigen hart volle overtuiging vinden, hoe de weg met Christus gegaan moet worden. Wel willen we u vragen: Leest u nog eens het Nieuwe Testament met deze achtergrond van de geloofsdoop. Misschien komt er daardoor duidelijkheid in een heleboel verwarrende vragen op dit punt. Moge de Heer ieder daarin licht geven om uit te leven.

Anne de Vries

(1)Rom.6: 3,4.

(2) 2 Kon. 5: 14.

(3) Marc. 1: 4 en parallelteksten.

(4) Joh. 3: 22 en 4: 1-3.

(5) 1 Kor. 12: 13.

(Als brochure uitgegeven door de Unie van Baptisten Gemeenten in Nederland)